Baarmoederhalskanker wordt voorafgegaan door voorloperstadia; Cervicale Intra-epitheliale

Neoplasie (CIN) genaamd. Deze CIN afwijkingen worden veroorzaakt door het Humaan Papilloma Virus

(HPV) en komt voornamelijk voor bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Er bestaat een effectief

profylactisch vaccin tegen dit HPV, dat al sinds 2009 in Nederland wordt gegeven aan meisjes van 12 en 13

jaar. Dit vaccin blijkt heel effectief te zijn tegen het voorkomen van CIN afwijkingen in deze groep. Ook bij oudere vrouwen die al een HPV infectie hadden (zonder CIN afwijking) bleek het vaccin effectief om CIN afwijkingen te voorkomen.

De huidige behandeling van CIN II-III (matige tot ernstige voorloperstadia) afwijkingen is chirurgische verwijdering van een deel van de baarmoederhals (Lis-excisie). Deze behandeling heeft een recidief/residu percentage tot wel 17%. Deze vrouwen moeten dan opnieuw een chirurgische behandeling ondergaan. Chirurgische behandelingen zijn geassocieerd met bloedingen, vernauwing van de baarmoederhals en infectie. Het grootste probleem, met soms levenslange gevolgen, zijn de zwangerschapscomplicaties, met in het bijzonder vroeggeboorte. Dit wordt frequenter en ernstiger na herhaaldelijk chirurgisch

behandelen. Daarnaast is het herhaaldelijk behandelen erg belastend voor de vrouw en haar naasten.

HPV kan ook later in het leven nog baarmoederhalskanker en andere kankersoorten (o.a.schaamlipkanker,

vaginakanker en anuskanker) veroorzaken. Bij klaring van het virus wordt deze kans verkleind.

Hypothese: Inenting met het HPV-vaccin rondom chirurgisch verwijdering van de CIN afwijking, zal het

risico op recidief CIN afwijkingen bij ongevaccineerde vrouwen verminderen door een versterkte

immuunrespons. Dit zal bovendien het risico verminderen op andere HPV geïnitieerde kankersoorten. De

behandeling van vrouwen met een CIN afwijking zal hierdoor effectiever en kostenefficiënter worden.