Jaarlijks breken bij 3000 Nederlandse zwangere vrouwen de vliezen vroegtijdig tussen de 34 en 37 weken zwangerschap. We spreken dan van prematuur (te vroeg) gebroken vliezen. Nadat de vliezen zijn gebroken bestaat er een risico op infectie voor moeder en kind. Dit zou een reden kunnen zijn om de bevalling in te leiden. Echter, in dat geval is er sprake van een vroeggeboorte. Om een vroeggeboorte te voorkomen kan ook worden afgewacht tot 37 weken voordat de bevalling wordt ingeleid. Beide behandelingen (afwachten of inleiden van de bevalling) hebben voor- en nadelen.

Daarom is er tussen 2006 en 2012 een onderzoek uitgevoerd naar vrouwen met gebroken vliezen tussen de 34 en 37 weken zwangerschap. Bij de helft van de vrouwen werd de bevalling direct op gang gebracht en bij de andere helft werd er (met regelmatige controles) afgewacht. Dit onderzoek heette het PPROMEXIL onderzoek, veel ziekenhuizen en veel vrouwen in Nederland deden er aan mee. Dit onderzoek liet zien dat er na het inleiden van de bevalling niet minder infecties waren bij de pasgeborene. Daarom heeft een afwachtend beleid de voorkeur.

Twee jaar na afloop van het PPROMEXIL onderzoek is er gekeken naar de ontwikkeling en gezondheid van de kinderen in deze studie met een vragenlijst. Toen bleek dat afwachten wellicht beter was voor de neurologische ontwikkeling van het kind. Is inleiden van de bevalling voor de gezondheid van het kind dan toch beter? Om goed te kunnen uitzoeken wat de gevolgen zijn voor de kinderen die geboren zijn binnen deze studie, zal nu een nieuw onderzoek gaan starten: het PPROMEXIL Follow-up onderzoek.